Master Theses UMCG - University of Groningen
 
English | Nederlands

Dossieronderzoek verpleegkundige diagnostiek bij subarachnoïdale bloeding’

(2015) Morcus, E. (Emma); Klok, M. van der (Mirjam)

Aanleiding en vraagstelling
Vanuit de Intensive Care voor Volwassenen (ICV) van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) is in het kader van kwaliteit van zorg de vraag gekomen om dossieronderzoek te doen bij patiënten met een subarachnoïdale bloeding (SAB).
Door middel van dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de volgende vraagstelling:
In hoeverre zijn de verpleegkundige werkzaam op de ICV bekend met de verpleegkundige diagnosen, verpleegkundige interventies en verpleegkundige zorgresultaten en in hoeverre zijn deze terug te vinden in de twintig patiëntendossiers van patiënten opgenomen op de ICV met een SAB? En in hoeverre hebben de verpleegkundige diagnosen invloed op de length of stay van patiënten met een SAB op de ICV?
Onderzoeksmethodiek
Het onderzoek is kwantitatief van aard en bevat zowel een voorbereidende literatuurstudie, een dossieronderzoek als een enquête. Het dossieronderzoek omvat twintig patiëntendossiers van patiënten met een SAB opgenomen op de ICV. De verpleegkundige rapportages zijn geanalyseerd met behulp van de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten. Door middel van de enquêtes is de bekendheid van de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten aan 83 verpleegkundigen, werkzaam op de ICV, gevraagd.
Resultaten
De literatuurstudie toont aan dat er maar weinig onderzoek is gedaan naar het voorkomen van de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten bij patiënten met een SAB. In de patiëntendossiers zijn 34 NANDA diagnosen die ≥1 keer voorkomen en 19 diagnosen die niet voorkomen in het NANDA-classificatiesysteem gevonden. Daarnaast zijn er 32 NIC interventies die ≥5 keer voorkomen en 6 interventies gevonden die niet voorkomen in het NIC-classificatiesysteem. Tot slot zijn er 14 NOC zorgresultaten die ≥1 keer voorkomen gevonden. De enquêtes laten zien dat 27,7% van de verpleegkundigen bekend is met de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten.
Discussie
De onderzochte populatie was moeilijk generaliseerbaar waardoor de verschillende NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten moeilijk te herleiden waren. Dit kwam mede doordat deze veelal fragmentarisch zijn beschreven in de dossiers. Tot slot kan het kennistekort ten aanzien van de verpleegkundige diagnostiek de woordkeuze bij de rapportage hebben beïnvloed hetgeen een nadelig effect kan hebben gehad op de resultaten van het onderzoek.
Conclusie
De enquête toont aan dat het merendeel van de verpleegkundigen werkzaam op de ICV niet bekend is met de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten. Toch zijn deze wel terug te vinden in de rapportages, maar zijn ze moeilijk rechtstreeks te herleiden. Het is opvallend dat de NANDA diagnose diarree (significant) (p=0.016) de enige voorspeller is voor de length of stay. Verder is er een correlatie tussen ligduur en het aantal gerapporteerde NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten; hoe langer de opname des te meer deze voorkwamen.
Aanbevelingen
Verder onderzoek is nodig om te kunnen concluderen of de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten toepasbaar is op de ICV. Daarnaast wordt voor vervolgonderzoek aanbevolen om dit onderzoek te herhalen bij een grotere patiëntenpopulatie. Hierbij is het aan te raden om met behulp van een scorelijst bij een patiënt de NANDA diagnosen, NIC interventies en NOC zorgresultaten in kaart te brengen.




file:Download the Document

Please use this identifier to cite or link to this item:
http://irs.ub.rug.nl/dbi/5994059d1e9e2


 
To top