Scripties UMCG - Rijksuniversiteit Groningen
 
English | Nederlands

"Wel moeilijk om niets te zeggen hè?"; een onderzoek naar communicatie tussen artsen tijdens operaties

(2016) Ruijsch, Iris

Inleiding
Communicatie is cruciaal in de operatiekamer, echter is er weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hoe communicatie bijdraagt aan leerprocessen van chirurgen. De meeste interactie in de operatiekamer is kort, maar af en toe worden er ook langere gesprekken gevoerd. Deze langere sequenties zullen in dit onderzoek een centrale rol spelen, waarbij wordt onderzocht hoe de langere sequenties ontstaan, wat er besproken wordt en hoe ze bijdragen aan leren tijdens de operatie. De hoofdvraag die in dit onderzoek centraal stond, is;
Hoe dragen langere sequenties tijdens operaties bij aan het (levenslange) leren van chirurgen?
Om een antwoord te kunnen vinden op deze brede vraag, is de hoofdvraag opgedeeld in een drietal deelvragen. Met behulp van de antwoorden op deze deelvragen zal er een antwoord op de hoofdvraag geformuleerd worden. De deelvragen die in dit onderzoek beantwoord zullen worden, zijn;
1.Wie initieert de dialoog?
2.Wie is leidend gedurende het gesprek?
3.Welke acties & taalhandelingen kunnen verbonden worden aan het gesprek?
4.Is er een verband te vinden tussen de mate van ervaring van de chirurg en de interactie tijdens de operatie?

Methode
In dit onderzoek is gewerkt aan de hand van de conversatie-analytische methode van Mazeland (2003). Er is een collectiestudie uitgevoerd waarbij drie operaties binnen de afdeling orthopedie volledig getranscribeerd en geanalyseerd zijn. De operaties zijn opgenomen met behulp van GoPro camera’s. Voor de opnames zijn drie camera’s gebruikt die de operatie van verschillende kanten hebben vastgelegd. De chirurg en de assistent droegen beiden een camera op hun hoofd en er werd een overzichtscamera geplaatst boven de operatietafel. De drie opnames werden samengevoegd in één film, waarna er een analyse gemaakt kon worden.

Resultaten en conclusie
Uit de resultaten bleek dat zowel de operateur als de assistent sequenties starten waar een langere dialoog uit ontstaat, maar dat de assistent of supervisor het vaakst de leidende rol heeft tijdens deze interacties. Bovendien bleek dat het aantal dialogen het hoogst is rondom de fasen waarin de prothese geplaatst wordt. In deze fasen is de complexiteit van de handelingen en het aandachtsniveau van de chirurg het hoogst. Het uitwisselen van informatie en het beantwoorden van verzoeken zijn in de langere sequenties de meest voorkomende communicatieve handelingen. Bovendien bleek er een verband te bestaan tussen het ervaringsniveau van de operateur en de communicatie met zijn assistent of supervisor tijdens de operatie. In de toekomst zal er meer onderzoek gedaan moeten worden om de kennis op dit gebied verder uit te kunnen breiden.




file:artikel_afstuderen_word_-_Iris_1.pdf


 
To top