Scripties UMCG - Rijksuniversiteit Groningen
 
English | Nederlands

Onderzoek naar de verwachtingen van HBO-V stagiairs en coassistenten over de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen

(2016) Stegeman, L.M. (Lonne)

Inleiding, vraagstelling en methode
Patiënten in ziekenhuizen zijn voor de benodigde zorg afhankelijk van artsen en verpleegkundigen. Ontevredenheid over de samenwerking tussen beide partijen zorgt ervoor dat er niet optimaal zorg kan worden verleend aan patiënten. Hierdoor zijn niet alleen de patiënten, artsen en verpleegkundigen erbij gebaat dat het probleem wordt opgelost, maar ook de organisatie. De interventies die plaatsvinden om de samenwerking te verbeteren kosten de organisatie namelijk veel geld en hebben op de lange termijn niet het gewenste effect (Universitair Medisch Centrum Groningen [UMCG], 2015). Zowel artsen als verpleegkundigen vinden dat de samenwerking beter kan. Langzamerhand ontstaat de gedachte dat de opleiding van artsen en verpleegkundigen een rol speelt bij het in stand houden van bepaalde verwachtingspatronen van de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen.
De doelstelling van dit onderzoek is: “Inzicht krijgen in de verwachtingen die HBO-V stagiairs en coassistenten hebben over de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen, door middel van het afnemen van interviews met HBO-V stagiairs en coassistenten, zodat een beeld ontstaat over de mogelijke oorzaken van de moeizame samenwerking, en een bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van dit probleem.”
De doelstelling vertaalt zich naar de volgende hoofdvraag: “In welke mate komen de verwachtingen van HBO-V stagiairs en coassistenten over de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen met elkaar overeen?”
De verwachtingen van coassistenten en HBO-V stagiairs over de samenwerking zijn gerangschikt aan de hand van de bewerkte theorie van Leever et al. (2010) en gaan over: communicatie, omgangsvorm, professionaliteit en vakbekwaamheid.
Er zijn negen half-gestructureerde interviews afgenomen met coassistenten en HBO-V stagiairs om in kaart te brengen wat zij verwachten van de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen. Hoe meer zij hetzelfde van de samenwerking verwachten, hoe groter de kans dat zij later tevreden zijn over de samenwerking.


Resultaten en conclusie
Naar aanleiding van de resultaten kan geconcludeerd worden dat de verwachtingen van coassistenten en HBO-V stagiairs in eerste instantie overeen lijken te komen, maar dat beide partijen toch een andere invulling geven aan de genoemde aspecten. De meest opvallende resultaten gaan over de omgangsvorm en de vakbekwaamheid. Het eerste opvallende resultaat betreft het verschil in focus van de manier met elkaar omgaan. Coassistenten leggen hier de nadruk op de manier waarop zij met verpleegkundigen omgaan, terwijl HBO-V stagiaires juist verwachtingen hebben over de manier waarop er met hen wordt omgegaan. Ten tweede zijn er wat betreft de taakverdeling verschillende verwachtingen. Het belangrijkste verschil in mening gaat over de afhankelijkheid van de verpleegkundige. Volgens de coassistenten zou een verpleegkundige slechts in opdracht van de arts mogen handelen, terwijl een HBO-V stagiair juist vindt dat de verpleegkundige mee zou moeten denken met de arts. Tot slot is opvallend dat de respondenten het erover eens zijn dat de arts de baas is van de verpleegkundige, terwijl hij zich volgens een HBO-V stagiair tegelijkertijd gelijkwaardig zou moeten opstellen. Dit zijn twee tegenstrijdige verwachtingen die voor een arts wellicht moeilijk uit te voeren zijn.
Al met al wekken de resultaten de indruk dat studenten geneeskunde en HBO-V al aan het eind van hun studie verschillende opvattingen hebben over de kenmerken waaraan goede samenwerking moet voldoen. Daarmee maken zij een slechte start voor prettige samenwerking na hun afstuderen.




file:Stegeman_LM_Scriptie_UMCG_P.pdf


 
To top