Scripties UMCG - Rijksuniversiteit Groningen
 
English | Nederlands

EXPLORATIEF ONDERZOEK NAAR DE MOGELIJK MODERERENDE BIJDRAGEN VAN DOPAMINERGE EN SEROTONERGE POLYMORFISMEN AAN HET EFFECT VAN NASAAL TOEGEDIENDE OXYTOCINE OP DE SOCIALE ORIËNTATIE RESPONSES BIJ JONGE MANNEN MET EEN AUTISME SPECTRUM STOORNIS

(2016) Hoebas, S.O.

Doel: In dit onderzoek werd gekeken naar de invloeden van enkele dopaminerge en serotonerge polymorfismen op de elektrofysiologische responses op empathie oproepende afbeeldingen en hun invloed op de effecten van intranasaal toegediende oxytocine op deze responses bij normaal intelligente volwassen mannen met en zonder een autisme spectrum stoornis (ASS).
Methode: Het betreft een gerandomiseerde dubbelblind placebogecontroleerd crossover onderzoek bij gezonde mannen en mannen met ASS. Om te beginnen moesten de deelnemers een aantal vragenlijsten invullen. Uit het bloed zijn de dopaminerge en serotonerge polymorfismen (DAT1, DRD2, DRD4, DRD5, COMT, DBH, MAO-A en 5HTTLPR) bepaald. Vervolgens kreeg de onderzoekspopulatie een placebo of oxytocine (OXT) toegediend voordat ze empathie oproepende afbeeldingen kregen te zien. De afbeeldingen zijn afkomstig van het “International Affective Picture system”(IAPs). Hierbij kregen de deelnemers afbeeldingen te zien met evenveel plezierige als onaangename en neutrale afbeeldingen met en zonder mensen. Terwijl de afbeeldingen werden bekeken, werd er met behulp van een EEG de event-gerelateerde Long Latency Parietal Positivity (LPP) gemeten.
Resultaten: De dragers van het A1-allel van het DRD2-gen lijken een geringer sociale oriëntatie respons te hebben. Dit geldt ook voor de homozygote dragers van het 4-repeat allel van het DRD4-gen en de dragers van het A1-allel van het DBH-gen. Verder lijken in de controlegroep de homozygote dragers van het 3-repeat allel van het MAO-A-gen een groter elektrofysiologische respons te hebben op de aversieve afbeeldingen. Dit geldt ook voor de dragers van het S-allel van het 5-HTTLPR-gen in de controlegroep. Daarnaast leek bij de dragers van het A1-allel van het DRD2-gen de ASS-groep meer baat te hebben bij het toedienen van OXT dan de controlegroep. Dit geldt ook voor de homozygote dragers van het 4-repeat allel in de ASS-groep van het MAO-A-gen. De homozygote dragers van het La-allel van het 5-HTTLPR-gen leken in de ASS-groep ook meer baat te hebben bij OXT toediening dan de homozygote dragers van het S-allel. Er lijkt dus sprake te zijn van een aan de klinische status differentieel gerelateerde respons.
Conclusie: De polymorfismen van het DRD2-, DRD4-, DBH-, MAO-A- en het 5-HTTLPR lijken dus invloed te hebben op de sociale oriëntatie respons op empathie oproepende afbeeldingen. Daarnaast lijkt de klinische status invloed te hebben op de manier waarop de verschillende polymorfismen het effect van OXT op de LPP-respons modereren (DRD2, MAO-A en 5-HTTLPR).





ID 3370
Moeder ID 3084
Volgorde Hoebas, S.O.
Naam HoebasSO
Publiceren yes
OAI-naam Student_thesis
Path root/geneeskunde/2016/HoebasSO/
Gemaakt op: 2017-03-15 10:15:31
Gemodificeerd op: 2017-03-27 08:20:14
Digitaal ID 58c9144402907
Afstudeerrichting opleiding/afstudeerrichting 1
Studierichting Studierichting 1
Titel EXPLORATIEF ONDERZOEK NAAR DE MOGELIJK MODERERENDE BIJDRAGEN VAN DOPAMINERGE EN SEROTONERGE POLYMORFISMEN AAN HET EFFECT VAN NASAAL TOEGEDIENDE OXYTOCINE OP DE SOCIALE ORIËNTATIE RESPONSES BIJ JONGE MANNEN MET EEN AUTISME SPECTRUM STOORNIS
Ruilverkeer mogelijk no
Printen in opdracht no
Aantal pagina's 70
Publicatiejaar 2016
Taal nl
Engelse samenvatting Doel: In dit onderzoek werd gekeken naar de invloeden van enkele dopaminerge en serotonerge polymorfismen op de elektrofysiologische responses op empathie oproepende afbeeldingen en hun invloed op de effecten van intranasaal toegediende oxytocine op deze responses bij normaal intelligente volwassen mannen met en zonder een autisme spectrum stoornis (ASS).
Methode: Het betreft een gerandomiseerde dubbelblind placebogecontroleerd crossover onderzoek bij gezonde mannen en mannen met ASS. Om te beginnen moesten de deelnemers een aantal vragenlijsten invullen. Uit het bloed zijn de dopaminerge en serotonerge polymorfismen (DAT1, DRD2, DRD4, DRD5, COMT, DBH, MAO-A en 5HTTLPR) bepaald. Vervolgens kreeg de onderzoekspopulatie een placebo of oxytocine (OXT) toegediend voordat ze empathie oproepende afbeeldingen kregen te zien. De afbeeldingen zijn afkomstig van het “International Affective Picture system”(IAPs). Hierbij kregen de deelnemers afbeeldingen te zien met evenveel plezierige als onaangename en neutrale afbeeldingen met en zonder mensen. Terwijl de afbeeldingen werden bekeken, werd er met behulp van een EEG de event-gerelateerde Long Latency Parietal Positivity (LPP) gemeten.
Resultaten: De dragers van het A1-allel van het DRD2-gen lijken een geringer sociale oriëntatie respons te hebben. Dit geldt ook voor de homozygote dragers van het 4-repeat allel van het DRD4-gen en de dragers van het A1-allel van het DBH-gen. Verder lijken in de controlegroep de homozygote dragers van het 3-repeat allel van het MAO-A-gen een groter elektrofysiologische respons te hebben op de aversieve afbeeldingen. Dit geldt ook voor de dragers van het S-allel van het 5-HTTLPR-gen in de controlegroep. Daarnaast leek bij de dragers van het A1-allel van het DRD2-gen de ASS-groep meer baat te hebben bij het toedienen van OXT dan de controlegroep. Dit geldt ook voor de homozygote dragers van het 4-repeat allel in de ASS-groep van het MAO-A-gen. De homozygote dragers van het La-allel van het 5-HTTLPR-gen leken in de ASS-groep ook meer baat te hebben bij OXT toediening dan de homozygote dragers van het S-allel. Er lijkt dus sprake te zijn van een aan de klinische status differentieel gerelateerde respons.
Conclusie: De polymorfismen van het DRD2-, DRD4-, DBH-, MAO-A- en het 5-HTTLPR lijken dus invloed te hebben op de sociale oriëntatie respons op empathie oproepende afbeeldingen. Daarnaast lijkt de klinische status invloed te hebben op de manier waarop de verschillende polymorfismen het effect van OXT op de LPP-respons modereren (DRD2, MAO-A en 5-HTTLPR).
Onderwijsinstelling Medical Sciences
Type embargo abstract openbaar, scriptie op aanvraag
Auteur(s) Hoebas, S.O.
UMCG begeleider(s) Facultair begeleider:; Althaus, dr.M.; Afdeling: kinder- en jeugdpsychiatrie, Accare
Auteur(s) Hoebas, S.O.
UMCG begeleider(s) Facultair begeleider:; Althaus, dr.M.; Afdeling: kinder- en jeugdpsychiatrie, Accare


 
To top