Scripties UMCG - Rijksuniversiteit Groningen
 
English | Nederlands

Evaluatie van een videoscopische inguinale lymfeklierdissectie bij stadium III melanoompatienten; de korte- en langetermijn complicaties

(2017) Buitendijk, M.E.

Introduction
A complete ilio-inguinal groin lymphadenectomy (CLND) is the golden standard for stage III melanoma patients. However, the CLND is associated with many postoperative complications; such as infection, seroma, dehiscence and necrosis. Some studies show that the postoperative complications rate can rise to 77%. To reduce the percentage of postoperative complications many studies have tried to make alterations in the CLND procedure. Unfortunately, this did not lead to a decline in complications. Therefore, an alternative was proposed; the minimal invasive videoscopic inguinal lymphadenectomy (V-ILF). The first studies are promising; they show a decline in postoperative complications after V-ILF. The aim of this study was to determine the short- and long term complications after V-ILF.
Methods
Melanoma patients with lymph node metastasis located at the groin underwent a V-ILF at the University Medical Centre Groningen (UMCG). Most of these patients also underwent an iliac lymphadenectomy by an open procedure. The V-ILF patients were prospectively included between November 2015 and April 2017. These patients were compared with a historic cohort of CLND patients at the UMCG. The primary outcome was the number and severity of postoperative complications (graded by the Clavien Dindo classification) following V-ILF. The secondary outcome measures were the degree of lymphedema 3 months postoperatively and the postoperative functional restrictions after a V-ILF. Continuous variables were analysed with a T-test, not normally distributed continuous variables and ordinal variables with a Mann - Whitney U test and binominal variables with a Chi square or Fisher ‘s exact.
Results
Fourteen patients underwent a V-ILF of which two patients (14%) were man and 12 patients (86%) were women. Twelve of the 14 patients also underwent an iliac lymphadenectomy by an open procedure. The CLND was performed on 23 patients of which 10 patients (43%) were man and 13 patients (57%) were women. After the V-ILF there were seven wound complications (54%) versus 17 wound complications (65%) after a CLND. The number and severity of the complications after the V-ILF were not significantly less than after the CLND. However, there were no operative re-interventions necessary after the V-ILF in contrast to the CLND group where 38% of the complications required an operative re-intervention. This was significantly different. Following the V-ILF 29% of patients had slight lymphedema. Thirty percent of the CLND patients had lymphedema; which was either slight or moderate. The difference in degree of lymphedema was not significant. Finally, no patient had a reduced range of motion after the V-ILF versus three patients after the CLND, the difference was not significant.
Conclusion
The V-ILF is a promising alternative for the CLND. The results show a significant reduction in operative re-interventions after a V-ILF. There were no significant differences between the V-ILF and CLND in the number and severity of postoperative complications or the secondary outcome measures.





Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit document:
http://irs.ub.rug.nl/dbi/599bf31d2beb3

ID 3554
Moeder ID 3463
Volgorde Buitendijk, M.E.
Naam BuitendijkME
Publiceren yes
OAI-naam Student_thesis
Path root/geneeskunde/2017/BuitendijkME/
Gemaakt op: 2017-08-22 09:02:20
Gemodificeerd op: 2017-08-22 09:02:20
Digitaal ID 599bf31d2beb3
Afstudeerrichting opleiding/afstudeerrichting 1
Studierichting Studierichting 1
Titel Evaluatie van een videoscopische inguinale lymfeklierdissectie bij stadium III melanoompatienten; de korte- en langetermijn complicaties
Ruilverkeer mogelijk no
Printen in opdracht no
Aantal pagina's 36
Publicatiejaar 2017
Taal nl
Engelse samenvatting Introduction
A complete ilio-inguinal groin lymphadenectomy (CLND) is the golden standard for stage III melanoma patients. However, the CLND is associated with many postoperative complications; such as infection, seroma, dehiscence and necrosis. Some studies show that the postoperative complications rate can rise to 77%. To reduce the percentage of postoperative complications many studies have tried to make alterations in the CLND procedure. Unfortunately, this did not lead to a decline in complications. Therefore, an alternative was proposed; the minimal invasive videoscopic inguinal lymphadenectomy (V-ILF). The first studies are promising; they show a decline in postoperative complications after V-ILF. The aim of this study was to determine the short- and long term complications after V-ILF.
Methods
Melanoma patients with lymph node metastasis located at the groin underwent a V-ILF at the University Medical Centre Groningen (UMCG). Most of these patients also underwent an iliac lymphadenectomy by an open procedure. The V-ILF patients were prospectively included between November 2015 and April 2017. These patients were compared with a historic cohort of CLND patients at the UMCG. The primary outcome was the number and severity of postoperative complications (graded by the Clavien Dindo classification) following V-ILF. The secondary outcome measures were the degree of lymphedema 3 months postoperatively and the postoperative functional restrictions after a V-ILF. Continuous variables were analysed with a T-test, not normally distributed continuous variables and ordinal variables with a Mann - Whitney U test and binominal variables with a Chi square or Fisher ‘s exact.
Results
Fourteen patients underwent a V-ILF of which two patients (14%) were man and 12 patients (86%) were women. Twelve of the 14 patients also underwent an iliac lymphadenectomy by an open procedure. The CLND was performed on 23 patients of which 10 patients (43%) were man and 13 patients (57%) were women. After the V-ILF there were seven wound complications (54%) versus 17 wound complications (65%) after a CLND. The number and severity of the complications after the V-ILF were not significantly less than after the CLND. However, there were no operative re-interventions necessary after the V-ILF in contrast to the CLND group where 38% of the complications required an operative re-intervention. This was significantly different. Following the V-ILF 29% of patients had slight lymphedema. Thirty percent of the CLND patients had lymphedema; which was either slight or moderate. The difference in degree of lymphedema was not significant. Finally, no patient had a reduced range of motion after the V-ILF versus three patients after the CLND, the difference was not significant.
Conclusion
The V-ILF is a promising alternative for the CLND. The results show a significant reduction in operative re-interventions after a V-ILF. There were no significant differences between the V-ILF and CLND in the number and severity of postoperative complications or the secondary outcome measures.
Nederlandse samenvatting Introductie
Voor stadium III melanoompatiënten is een complete ilioinguinale liesklierdissectie (CLND) de gouden standaard. De CLND gaat gepaard met een hoog percentage postoperatieve complicaties; zoals infectie, seroom en insufficiënte wondgenezing, deze kunnen oplopen tot 77%. Om het percentage postoperatieve complicaties te verminderen is er middels verschillende onderzoeken geprobeerd modificaties aan te brengen in de procedure, echter zonder gewenst effect. Een alternatief voor de CLND is een minimaal invasieve videoscopische inguinale lymfadenectomie (V-ILF). De eerste publicaties zijn veelbelovend, waarbij het percentage postoperatieve complicaties na een V-ILF is verminderd. Het doel van dit onderzoek is de korte en lange termijn complicaties na een V-ILF vast te stellen bij stadium III melanoompatiënten.
Methode
Lymfogeen gemetastaseerde melanoompatiënten ondergingen een V-ILF, al dan niet in combinatie met iliacale klierdissectie middels open procedure, in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). De patiënten werden prospectief geïncludeerd tussen november 2015 en april 2017. Deze patiënten werden vergeleken met een historisch cohort CLND patiënten uit het UMCG. Een dag voor de V-ILF vond er een baselinemeting plaats. De primaire uitkomstmaat was het aantal postoperatieve complicaties en de ernst van de complicaties (gescoord middels de Clavien-Dindo classificatie) na de V-ILF. De secundaire uitkomstmaten waren de mate van lymfoedeem en postoperatieve functiebeperkingen 3 maanden postoperatief na een V-ILF.
Beide groepen werden vergeleken middels T-test voor normaal verdeelde continue variabelen, Mann-Whitney-U test voor niet normaal verdeelde continue en ordinale variabelen en een Chi-Square of Fisher ’s exact test voor (bi)nominale variabelen.
Resultaten
Veertien patiënten ondergingen een V-ILF, waarvan twee patiënten (14%) man en 12 patiënten (86%) vrouw waren. Twaalf van de 14 patiënten ondergingen ook een iliacale klierdissectie middels open procedure. De CLND werd bij 23 patiënten uitgevoerd, waarvan 10 patiënten (43%) man en 13 patiënten (57%) vrouw waren. In totaal werden er na de V-ILF zeven wondcomplicaties (54%) gezien versus 17 wondcomplicaties (65%) na een CLND. Er werd geen significant verschil gezien in het aantal complicaties en de ernst van de complicaties tussen een V-ILF en een CLND. Echter waren er na de V-ILF geen operatieve re-interventies noodzakelijk in tegenstelling tot de CLND, waarbij 38% van de complicaties een indicatie tot een operatieve re-interventie vormde. Dit was een significant verschil. Na de V-ILF was bij 29% van de patiënten sprake van een geringe mate van lymfoedeem. Dertig procent van de patiënten had na de CLND lymfoedeem, waarbij er sprake was van ofwel gering lymfoedeem ofwel matig lymfoedeem. Het verschil in mate van lymfoedeem was niet significant. Er was bij geen enkele patiënt na een V-ILF sprake van een verminderde range of motion versus drie patiënten na een CLND, dit verschil was niet significant.
Conclusie
De V-ILF is een veelbelovend alternatief voor de CLND. De resultaten laten een significante vermindering van operatieve re-interventies na een V-ILF zien. De overige resultaten laten nu geen significant verschil zien in het aantal en de ernst van de complicaties of de secundaire uitkomstmaten.
Onderwijsinstelling Medical Sciences
Type embargo abstract openbaar, scriptie op aanvraag
Auteur(s) Buitendijk, M.E.
UMCG begeleider(s) Facultair begeleider:; Leeuwen, dr. B.L. van; Tweede begeleider:; Vrielink, drs. O.M.; Locatie onderzoek: Universitair Medisch Centrum Groningen, C
Auteur(s) Buitendijk, M.E.
UMCG begeleider(s) Facultair begeleider:; Leeuwen, dr. B.L. van; Tweede begeleider:; Vrielink, drs. O.M.; Locatie onderzoek: Universitair Medisch Centrum Groningen, C


 
To top